Ik ken het gevoel van die keer dat mijn fiets was gestolen. De koortsachtige klikjes in mijn hoofd bij de aanblik van een boom die niet langer een steunpunt maar gewoon een lege boom was. Andere boom, andere boom, andere straat dan, andere stad desnoods. Nieuw hoofd! Help! Ik besloot me om te draaien en gewoon nog eens opnieuw aan te komen lopen, in de overtuiging dat dan alles anders zou zijn. Niet dus, waarna alleen de fietsenmaker rest om bij uit te huilen.
In de blauwe fuik die de mannen van de Cromme Lijn middenin de oude vertrouwde route van station naar stad hebben gebouwd, zijn alle stadia van zo’n zelfde verbijstering en zelftwijfel zichtbaar. Mensen die soepeltjes aan komen lopen, de laatste bocht naar de blauwe guillotine ronden en vervolgens in ontsteltenis bevriezen. Ho, wacht! De glasharde ontkenning, tot en met een poging over de blauwe schutting te klimmen aan toe. De verlangende blik door de kieren van de kille ijzeren platen. Daar is het! De fundamentele wanhoop van afgezakte schouders en neergelaten ogen bij het aan brokjes getikte zelfbeeld. De intense teleurstelling in de medemens, hóe, hóe, onderstreept met twee hoog opgetilde en vervolgens slap neervallende armen. De reddeloosheid, die in enkele gevallen leidt tot minuten lang rondjes lopen in de fuik, er blijkbaar van overtuigd dat de poorten zich toch ooit wel spontaan zullen openen en alles weer goed komt. Steun zoeken bij de medemens, waaronder natuurlijk altijd wel een slimmerik die roept dat het allemaal al lang aangekondigd was. Alsof iemand dat wil horen. En het verlengde daarvan: ronduit ruzie. Ik heb je toch gezegd man! Een opgetilde vuist, een wegwerpend gebaar. En natuurlijk is daar ook mijn eigen methode: omdraaien, even alle valse beelden uit het hoofd schudden en dan gewoon met frisse moed opnieuw aan komen lopen.
Eén geluk: we leren snel. Met een dag of wat sliert iedereen van de nieuwe tramhalte, langs de witte bouwketen en over het tunneldak met een air en een flair alsof deze dag met een krasje er nooit is geweest. Maar dan hebben we gelukkig de foto’s nog.
Jos Lammers, auteur van kinderboeken en reisverhalen