Tweede ondergrondse fietsenstalling open

24 mei 2017

Maandag 22 mei is de tweede ondergrondse fietsenstalling geopend. Met 2700 plaatsen en directe toegang tot de eerste stalling en het station. Er zijn 125 plaatsen voor bakfietsen en transportfietsen gereserveerd en 40 plaatsen voor bromfietsen. Er geldt een maximale stallingsduur van 28 dagen, dat is twee weken langer dan in de eerste stationsstalling. Met deze nieuwe stalling zijn er in totaal 8400 plaatsen beschikbaar bij het station. De architect van de beide stationsstallingen is Benthem Crouwel Architekten.

Het fietspad dat ernaast loopt is verbonden met de huidige ondergrondse stalling, je kunt dus eenvoudig van de ene naar de andere stalling fietsen mocht er geen plek meer zijn. Door de lichtkoepels valt er ruim daglicht naar binnen, wat de stalling een ruimtelijk gevoel geeft en een prettige sfeer. Bovenop de stalling wordt vanaf het najaar Park Spoorloos ingericht.

De tijdelijke bovengrondse stalling komt grotendeels te vervallen, er blijven nog zo'n 600 tot 700 plaatsen beschikbaar (eerst vooraan in de huidige stalling, vanaf juli langs het fietspad Houttuinen bij de Westsingelgracht. Deze tijdelijke rekken blijven staan tot 2019, wanneer de derde ondergrondse stalling in gebruik genomen wordt. Volgens de prognose zijn in 2030 ca. 10.000 stallingsplekken nodig. Met de derde stalling is het mogelijk om alle fietsen ondergronds te stallen.

 

 



Wethouder Lennart Harpe, Annette Ploeger van NS, Ronald Nomes van ProRail en Rick Pattipeilohy van aannemer Combinatie Crommelijn verrichten gezamenlijk de opening. 
 

   

Gedichten

Tere ere van de opening van de tweede fietsenstalling bij het station, schreef Floortje Schoevaart 3 toepasselijke gedichten. 

 

Stal

Beneden

in een stal vol staal

uit buitenwijk en binnenstad

-gepoetst, geroest, geleend, gejat-

staan ze geduldig allemaal

te wachten

op hun eigen ridder.

 

De mijne kijkt me glimmend aan

en rammelt zachtjes van geluk

als ik 'em stevig op z'n flanken klop

(want sja: bagagedrager stuk)

en als we samen in galop

naar boven en naar buiten gaan,

de straat, het daglicht tegemoet,

vraag ik me af of ik wellicht

nog even iemand redden moet

en of er in mijn maat

ook harnassen bestaan.
 

Altijd

als ik onderweg

van waar dan ook 

naar Delft ben

ik halverwege

altijd blij

dat ik al

op de helft ben
 

Stallersgeluk 

Dat je met een huilend kind

je dag begint

en daarna ook

regen, wind

en alles tegen

ieder stoplicht rood

en elke brug omhoog

dat je heen en terug moet staan

zo’n dag...

 

Maar kom je ’s avonds

doodmoe aan

dat dan je fiets weer droog

is en je sleuteltje

blijkt makkelijk te vinden.

 

Reacties (0)

Uw e-mailadres wordt niet getoond op de website