Bodem en grondwater

Grondwater speelt een belangrijke rol in ondergrondse bouwprojecten. Bij de bouw van de Spoortunnel wordt daarom rekening gehouden met de specifieke situatie van bodem en grondwater in Delft.

Het grondwater in Delft staat hoog, net als in de meeste steden in het westen van het land. De Delftse bodem heeft in de bovenste 20 meter grofweg drie lagen; twee lagen zand met daartussen een laag ingeklonken veen en klei, die slecht water doorlaat.

De waterdruk in de diepe zandlaag is gering doordat daar DSM water wegpompt. Ook de slecht doorlatende tussenlaag is belangrijk: als er gaten in ontstaan, kan grondwater bewegen tussen de lagen en het bestaande evenwicht verstoren.

Gevolgen voor de bouw in de Spoorzone

Onderzoek wijst uit dat grondwaterstromen geen bijzondere problemen voor de bouw opleveren.

  • DSM blijft grondwater oppompen, minimaal tot de oplevering van de spoortunnel. Zo wordt schade door plotselinge verandering van het grondwaterpeil voorkomen.
  • De diepwanden van de tunnel gaan door de ingeklonken grondlaag heen en steunen op de diepe zandlaag. De betonbodem tussen de diepwanden zorgt voor een waterdichte tunnel. De naden tussen de panelen van betonnen diepwanden geven weinig kans op lekkages.
  • Het huidige spoorviaduct is gebouwd op palen, die stevig verankerd zijn in de grond. Als die palen er zomaar uitgetrokken worden, kunnen gaten ontstaan in de slecht waterdoorlatende grondlaag. Hierdoor kan water bewegen tussen de grondlagen en het evenwicht verstoren. Daarom worden de palen voorzichtig verwijderd en worden de boorgaten afgedicht.