Bouwtechniek

De spoortunnel gaat dwars door Delft en loopt langs enkele monumentale of op staal gebouwde panden. Dit stelt hoge eisen aan de bouwmethode en het vakmanschap, waarmee deze wordt uitgevoerd. Voor het grootste gedeelte van de bouw van de spoortunnel wordt gebruikt gemaakt van de ‘wanden-dakmethode’ in combinatie met diepwanden. Dit is een trillings-en geluidsarme bouwmethode. Bovendien is er relatief weinig ruimte nodig en is de bouwput vrij snel weer dicht.

Sommige plekken van het tunneltracé lenen zich niet voor het aanleggen van diepwanden, zoals bij de tunnelmonden. En door open water bijvoorbeeld, zoals bij het Bolwerk. Op die plekken wordt de damwandtechniek gebruikt. Ook het zuidgedeelte van de tunnel, tussen de Prinses Irenetunnel en de tunnelmond bij Prysmian, wordt gebouwd met damwanden.

Bij beiden bouwmethoden is de voorbereidingsfase vergelijkbaar.

Voorbereiding
Voordat de daadwerkelijke bouw van de tunnel begint, vindt een aantal belangrijke voorbereidingen plaats.

In aanloop naar de bouw zijn veel verschillende onderzoeken gedaan naar bodem en grondwater. Deze onderzoeken dienen om exact te weten met welke ondergrond de bouwers op elke plek te maken krijgen. Verder worden ondergrondse kabels en leidingen verlegd. Dat is nodig om de bouw van de spoortunnel niet onnodig op te houden. Naast het tunneltracé worden sleuven gegraven, waar de kabels en leidingen in komen te liggen.

Grondonderzoek moet uitwijzen of er ondergrondse obstakels zijn op de plek waar straks de diepwanden komen. Daarvoor worden proefboringen uitgevoerd met een ‘avegaar’. Dat is een machine met stang, die functioneert als een enorme appelboor. Eventuele obstakels worden met een voorboormachine (1,5 meter doorsnee) verwijderd. De obstakels kunnen niet in de grond blijven zitten omdat daardoor de graafkop van de diepwandmachine kapot zou gaan bij het graven en een damwand kan niet door een obstakel heen getrild worden.

Bentonietcentrales
Bentoniet wordt gebruikt voor diepwanden, bij de diepwandentechniek leest u meer over dit kleimengsel. Bij de bouw van de diepwanden op de Phoenixstraat waren er op het voormalige Bacinolterrein en in het stationsgebied twee bentonietcentrales gebouwd. Een bentonietcentrale bestaat uit een aantal silo’s naast elkaar. Op de Phoenixstraat stonden enkele losse silo's voor het opslaan van het bentoniet. Inmiddels zijn de diepwanden aan de zijde van de Phoenixstraat klaar. In 2015 start de bouw van de diepwanden aan de zijde van de Spoorsingel.

Bouw bentonietcentrale Bacinolterrein


Bentonietcentrale stationsgebied


Ketenparken
Op het Bacinolterrein, in het stationsgebied en ten zuiden van de Prinses Irenetunnel zijn ketenparken neergezet. Een ketenpark is het zenuwcentrum van waaruit de bouw gecoördineerd wordt.

 
Ketenpark

Zie ook

Factsheet diepwanden

Het werken met diepwanden is gunstig voor Delft omdat met deze methode geluid en trillingen minder zijn. Diepwanden worden gegraven en dat gaat gepaard met weinig trillingen. Hierdoor is de kans op bouwschade door trillingen klein. Het is een zeer veilige bouwmethode.

Factsheet damwanden

Om de spoortunnel te kunnen bouwen worden zowel diepwanden als damwanden toegepast. Diepwanden ter hoogte van de Phoenixstraat en Spoorsingel, damwanden ter hoogte van het Bolwerk, tunnelmonden en tussen de Prinses Irenetunnel en Leeuwenstein.

Factsheet wanden-dakmethode

De wanden-dakmethode heeft als voordeel dat de bouwput snel in het bouwproces weer wordt gesloten, waardoor de overlast wordt beperkt. Het afgraven van het zand gebeurt onder het dak terwijl boven, op straatniveau het leven gewoon verder gaat.