Stedenbouwkundige visie Joan Busquets

De Spoorzone Delft is in 1998 aangewezen als een voorbeeldproject voor intensief ruimtegebruik. Met de stimuleringssubsidie die hieraan gekoppeld was, heeft de gemeente Delft de plannen voor de nieuw spoorzonegebied verder kunnen uitwerken. Er is een ontwerpwedstrijd uitgeschreven, die gewonnen is door de Spaans/Catalaanse architect en stedenbouwkundige prof. Joan Busquets. Zijn studie 'Spoorzone Delft. Een visie op stedelijke verbetering' uit 1999 schetst in hoofdlijnen hoe de spoortunnel kan worden ingepast en hoe de ruimte boven de grond opnieuw kan worden ingericht.

De studie uit 1999 is tevens de basis van alle plannen die daarna gemaakt zijn:

- het masterplan Spoorzone Delft uit 2003, waarin op hoofdlijnen beschreven staat hoe het spoorzonegebied eruit komt te zien. Joan Busquets is nauw betrokken bij het opstellen van dit masterplan.

- het bestemmingsplan uit 2006, waarin is vastgelegd waar woningen, kantoren, groen, water, station, wegen en parkeerplaatsen komen. Joan Busquets is supervisor en adviseert de makers van het plan.

- de inrichtingsplannen voor de openbare ruimte uit 2007 en 2009. Busquets maakt deze plannen, die onderdeel zijn van de aanbesteding van de spoortunnel. Aannemer Combinatie CrommeLijn past dit plan straks toe bij de aanleg van de openbare ruimte.

- het beeldkwaliteitsplan 'Stad van deuren en ramen' uit 2009, waarin de regels voor de architectuur en het materiaalgebruik van de nieuwbouw wordt gegeven. Busquets is lid van het kwaliteitsteam dat de beeldkwaliteit van de bouwprojecten beoordeelt.

Uitgangspunten

Busquets heeft uitgangspunten opgesteld, die van toepassing zijn op alle onderdelen van het project:

1. Verbinden. De verschillende stedelijke gebieden aan weerszijden van het spoor worden met elkaar verbonden. De opbouw van de historische binnenstad, met z'n verbindingen van oost naar west en van noord naar zuid, is de basis voor het stratenpatroon in de spoorzone.

2. Overgang tussen particuliere en openbare ruimte. In de historische binnenstad staan gevels van gebouwen op een bepaalde wijze aan straten en pleinen. Deze indeling wordt ook in Spoorzone Delft toegepast.

3. De hedendaagse stad. Water, groen en ruimte voor festiviteiten horen bij de hedendaagse stad en krijgen een duidelijke plaats in het spoorzonegebied.

4. Verschillende vervoersmiddelen en routes. Bij de inrichting van de spoorzone worden de routes van fietsers, trams, bussen, taxi's, auto's, vrachtwagens en hulpdiensten zoveel als mogelijk uit elkaar gehaald.

 

Over Joan Busquets

Joan Busquets (1946), Spaans/Catalaans architect en stedenbouwkundige, studeerde en promoveerde aan de Universiteit van Barcelona. Hij werkte mee aan vele projecten in Barcelona. Tussen 1983 en 1989 is Busquets hoofd stedelijke planning in Barcelona. Hij ontwerpt er onder andere het Olympisch dorp voor de Spelen van 1992 en herontwikkelt het oude havengebied. In 1982 richt Joan Busquets zijn eigen bureau op: BAU-B arquitectura i urbanisme. Met zijn bureau maakt hij vele stedenbouwkundige plannen, waarvan de meeste in Europa. Recentelijk werkt hij ook in Aziatische landen als China en Singapore.

Joan Busquets treedt op als gastdocent bij universiteiten in onder meer Lausanne, Genève, Rome, Londen en Leuven, geeft lezingen over de hele wereld en zit in vel jury’s. Sinds 2002 is hij Professor in Practice of ‘Urban Planning and Design’ aan de Harvard Graduate School of Design.

Joan Busquets ontwikkelde voor Spoorzone Delft het stedenbouwkundig plan. Busquets is een bevlogen man met een indrukwekkend veelzijdig oeuvre op het gebied van stadsplanning. Voor dit oeuvre ontving hij op 9 november 2011 de Erasmusprijs 2011 uit handen van ZKH de Prins van Oranje, Regent van de Stichting Praemium Erasmianum.

De jury van de Erasmusprijs over Busquets:

“In zijn ontwerpen en uitvoering hanteert hij een sociale agenda en stelt de maatschappelijke zaak op de eerste plaats. Busquets heeft een visie op de toekomst van de mens in een steeds dichter bewoonde omgeving ontwikkeld, waarbij historische analyse van het gebruik van de omgeving een belangrijk uitgangspunt is.” 

Zie ook