Koeienschedels, ijsbijlen en andere bodemvondsten

01 juli 2016

Archeologie in de Spoorzone

Zolang als aannemers aarde omwoelen in de Spoorzone is er werk aan de winkel voor de Delftse archeologen. Veldwerk. Elke ontgraving biedt immers een doorkijk naar vroeger tijden. Gemeentelijk archeoloog Steven Jongma praat ons bij over recente vondsten en inzichten.

Al vanaf 2007 voert de archeologische dienst onderzoek uit in de Spoorzone. Sporen van menselijk handelen worden vastgelegd dan wel veiliggesteld, voordat de bulldozer het bodemarchief voorgoed wist. Losse voorwerpen gaan mee naar het depot voor nader onderzoek.

Stadswal in kaart gebracht
In de afgelopen jaren is onder meer de geschiedenis van de westelijke stadsomwalling, die in de middeleeuwen de stad moest beschermen, scherper in beeld gekomen. Jongma legt uit. ‘Door de bouw van de eerste tunnelbuis hebben we de ligging en omvang van de stadswal, de stadspoorten en een stuk stadsgracht in kaart kunnen brengen. We hebben ook vondsten gedaan die wijzen op strijd. Interessant, omdat de meningen over de aard en omvang van de belegering van Delft, in 1359, zijn verdeeld.’ Tijdens de stadsbrand van 1536 zijn veel historische bronnen in vlammen opgegaan. Archeologisch onderzoek levert zodoende een welkome aanvulling op de soms schaarse informatie over het verleden van de stad. ‘Een deel van onze bevindingen is zelfs al verwerkt in de onlangs verschenen geschiedenis van Delft.’


Huizen uit de 18e eeuw. Te zien zijn goten, een waterput en een vloer. Stadskantoor.

Gracht in beeld
Recent graafwerk voor de tweede tunnelbuis en de Spoorsingelgarage had grotendeels in de voormalige stadsgracht plaats. Een rijkelijk gevulde vindplaats van archeologische schatten? Jongma lacht. ‘Dat is niet het geval. Het was erg omslachtig om spullen in de stadsgracht te kiepen. Bijzondere voorwerpen komen we slechts incidenteel tegen.’ Wel zijn waardevolle bodemprofielen aangelegd, verticale dwarsdoorsnedes van grondlagen die bijvoorbeeld laten zien hoe de stadsgracht door de eeuwen heen is opgevuld. De gracht zelf was aan het eind van de middeleeuwen dertig meter breed, weet de archeoloog te vertellen. ‘Het water kabbelde van de voet van de Bagijnetoren tot aan de huidige Spoorsingel.’ Door eerder gemaakte bodemprofielen door te trekken, beschikt zijn team nu over een totaalplaatje van wal en gracht. ‘Hoe werd de gracht gebruikt? Was hij bevaarbaar? Zulke vragen kunnen we hopelijk gaan beantwoorden. Let wel, sinds 2007 verzamelen we stukjes informatie, de puzzel moet nog worden gelegd.’

Verdwenen gang
Ook elders werpen recente ontdekkingen nieuw licht op het verleden. Tijdens werk aan de riolering werd aan de Westvest een tien meter lange doorgang onder de stadswal blootgelegd. Deze was opgevuld met verkoold materiaal. Volgens Jongma gaat het hoogstwaarschijnlijk om een toegang tot het nabijgelegen Sint-Barbaraklooster. ‘Tijdens de stadsbrand van 1536 is het klooster in de as gelegd. Overblijfselen zijn gebruikt om de inmiddels overbodige doorgang dicht te maken. We kwamen onder meer twee pijpaarden fragmenten van een plakkaat tegen waarop een religieuze voorstelling is afgebeeld.’

Wasserette
Bij het afbouwen van het stadskantoor en bij de constructie van de Coendersstalling, de tweede ondergrondse fietsenstalling bij station Delft, zijn meer interessante ontdekkingen gedaan. Onder de spoordijk met de voormalige perrons bleek de bodem zo goed als ongeschonden. Hier zijn sporen van bleekvelden uit de 16e en 17e eeuw aan de oppervlakte gekomen, vertelt Jongma. ‘Dat er bleekvelden hebben gelegen, weten we van oude kaarten. Wat we terugzien is een systeem van slootjes met schotten en sluisjes. Met een beetje voorstellingsvermogen zie je een wasserette in de open lucht voor je waar burgers hun lakense goed heen brachten.’ Dat in een sloot een aantal ijsbijlen lag, bekrachtigt het beeld van blekers die ’s winters hun watergangen openhielden. Ook hebben er woningen gestaan, blekershuisjes. ‘We zien hoe ze waren ingedeeld, met tuintje en al.’

Raadsel van leer
Raadselachtig is het pakket leer dat uit een van de sloten komt. Het is samengesteld uit lagen met jute stof ertussen. De stikselnaden zijn nog zichtbaar. Is het een zadel, een kledingstuk? Jongma haalt zijn schouders op. ‘We hebben het antwoord nog niet. Zulke grote stukken leer zijn overigens uiterst zeldzaam, dus bijzonder is deze vondst absoluut.’

Schedeldaken en lakenramen
Een 15e-eeuwse sloot gaf een opmerkelijk geheim prijs. Enkele tientallen schedeldaken van runderen lagen er op een hoop. Met de hoorns eraan. ‘Huiden werden vaak verhandeld met de kruin eraan’, weet Jongma, ‘bij wijze van waarmerk’. Was de huid eenmaal verkocht, dan kon de kruin bij het afval. Sporen van dergelijke ambachten zijn voor de archeologen een aangename verrassing. ‘Hebben in de middeleeuwen net buiten de stad huidbewerkers en leerlooiers gezeten? En zijn er in later eeuwen blekers neergestreken?’ Zuidwaarts, bij de Coendersstalling, trof men restanten aan van ingegraven eikenhouten palen. ‘Lakenramen’, duidt Jongma de sporen. ‘Hier werd vermoedelijk geverfde stof opgespannen om te drogen.’

Nieuwe vragen
Deze ontdekkingen getuigen van bedrijvigheid en bewoning buiten de stadsmuren, op een door de archeologen onverwacht grote schaal. Jongma: ‘Wat ons in het bijzonder heeft verbaasd zijn de sporen van 15e-eeuwse huisjes. Met het oog op een vrij schootsveld verwacht je hier aan het einde van de middeleeuwen amper bewoning.’ En wat betekenden de lakenramen voor de Delftse lakenindustrie? Speelde de blekerij hierin een rol? ‘Zulke vragen onderzoeken we graag nader.’


Meer informatie vind je op:
www.archeologie-delft.nl

Nieuwsgierig naar archeologie in de Spoorzone? Bij Delft Bouwt aan het Crommelinplein 1 is een nieuwe expositie ingericht.

 

De mogelijke brug of huis uit de 15e eeuw. Stadskantoor.
 
Onderzoek naar een beerput. Coenderstalling.
 
Doorgang door de wal op de Westvest. Bij aanleg nieuw riool.
 

Huizen uit de 18e/19e eeuw. Te zien zijn goten, een waterput en vloeren. Coendersstalling.

Profiel door de westelijk deel van de stadgracht ter hoogte van de Schoolstraat. Parkeergarage Spoorsingel.


 

Reacties (1)

Wim Borsboom

02.03.2017 om 00:44

Met betrekking tot dat "pakket leer dat uit een van de sloten komt. Het is samengesteld uit lagen met jute stof ertussen. De stikselnaden zijn nog zichtbaar." Zouden zulke paketten in het verleden gebruikt kunnen zijn onder funderingen? I kan me herinneren van jaren geleden (60 of meer), toen ze de funderingen van de Oude Jan aan het herstellen en verbeteren waren, dat men koeiehuiden vond onder het diepste steenwerk van de torenfundering. Dat kan natuurlijk leer zijn geweest, misschien verwant aan zoo'n leerpakket. Die vondst (als ik me niet vergis) was gedaan in de tijd dat ook een Romeinse spitsgracht werd gevonden... Het Oude Delft en die spitsgracht werden toen in verband gebracht met de Gantel, een stroompje dat deel was van een rivieren of stroomstelsel uit het begin van de jaartelling, het werd waarschijnlijk gebruikt door de Romeinen voor watervervoer. Een afsplitsing van de Gantel ging ook naar de Westvliet, naar of vanaf het Romeinse Forum Hadriani... Bij dat ophaalbruggetje net voor Voorburg. Mijn vader was lid van Delfia Batavorum en ik ging geregeld mee naar hun lezingen. (Ik woon al 46 jaar in Canada)


Uw e-mailadres wordt niet getoond op de website