Delft belegerd

Op 4 april 1359 verschijnt er een groot leger voor de poorten van Delft. Een conflict met de graaf van Holland leidt zes weken lang tot de belegering van de stad. De stad wordt verdedigd door middel van haar vestingwerken: stadswal, stadsgracht en poorten met ophaalbruggen.

De aanvallers komen uit steden die de graaf wél trouw zijn, zoals Dordrecht, Utrecht en Schiedam. Vanuit Utrecht worden blijden (slingergeschut) en aanvalstorens aangerukt. Om met dit soort materieel te kunnen aanvallen, dempt de vijand de stadsgracht. Op 20 mei capituleert het stadsbestuur, een bestorming blijft uit.

Harnashandschoen
Tijdens het onderzoek is een harnashandschoen (een deel van een harnas) gevonden die waarschijnlijk tijdens deze belegering is gedragen. Van deze wapenwant is eerder al een reconstructie gemaakt. Het origineel is in de loop van 2014 te zien bij Delft Bouwt.

Kogels
In de gracht zijn vier grote natuurstenen kogels gevonden. De grootste kogel heeft een diameter van 40 cm en moet voor een belegeringswerktuig zijn geweest. Deze is tijdens de belegering in 1359 afgeschoten op de stad.