Delft verdedigd

De binnenstad van Delft werd vroeger omringd door een stadswal met torens. Poorten in de wal boden toegang tot de stad. De meeste torens en poorten zijn afgebroken, maar de funderingen zijn bewaard gebleven.

Tijdens het uitgraven van de spoortunnel zijn deze funderingen schoongemaakt, gefotografeerd en ingemeten. Hierdoor is veel duidelijk geworden over het gebruik van deze torens en de verschillende restauraties en verbouwingen die ze hebben ondergaan.

Wal van aarde
Sinds Delft in 1246 stadsrechten kreeg, moesten verdedigingswerken de stad beschermen. Waarschijnlijk heeft de verdediging in eerste instantie bestaan uit een stadsgracht en een aarden wal met een houten palissade erop. In 1359 werd Delft belegerd door graaf Albrecht van Beieren. Het beleg duurde zes weken en Delft kwam als verliezer uit de strijd. De Delftse stadsverdediging moest worden ontmanteld. Vanaf 1394 is het Delft weer toegestaan de stadsgracht uit te graven en poorten te bouwen. Met de grond van de stadsgracht is opnieuw een aarden wal opgeworpen.

Uitbreidingen
Tussen 1450 en 1500 nam de verdedigingslinie nieuwe vormen aan. Op de wal werd een weermuur gezet, de poorten werden uitgebouwd en rondelen werden aangelegd. Daarnaast werd rondom de hele stad een groot aantal waltorens gebouwd. Deze torens hadden een hoefijzervormige plattegrond en staken uit in de stadsgracht, zodat de wal langszij kon worden verdedigd. Van een aantal waltorens in de spoorzone, zoals de Bagijnetoren, zijn de funderingen onderzocht.

Stadspoort
Het meest indrukwekkende bouwwerk is de Waterslootse Poort, ter hoogte van de Binnenwatersloot. De archeologen stuitten op enorme fundamenten. De kern van deze stadspoort bestond uit een vierkant gebouw dat in 1359 is gesloopt. Na 1394 verrees, op dezelfde plek, een nieuwe poort met grote torens, deels op de oude funderingen.