Toegetakeld tin

In de stadsgracht, ter hoogte van de Binnenwatersloot, doen archeologen een verbazingwekkende ontdekking. Vlak bij elkaar liggen maar liefst acht tinnen kannen en vier tinnen borden. De kannen zijn identiek en de borden ook. Ze dateren uit 1575 – 1600, in die tijd zijn deze objecten redelijk prijzig. Hoe belandt al dit moois in de stadsgracht?

Het mysterie wordt nog groter als blijkt dat het materiaal in nieuwstaat verkeert. Bovendien is het ook nog eens moedwillig kapot gemaakt. In het tin zijn bijl- of zwaardhouwen te herkennen en sommige stukken zijn duidelijk vertrapt.

Haagse waar
De oorzaak kan liggen in de strenge regels van het Sint Eloysiusgilde (van de Delftse metaalbewerkers). Bij overtreding kon het gilde zelf rechtspreken en soms materiaal laten vernietigen. Zo werd er gehandhaafd op een verplichte verhouding lood/tin. Om dit te onderzoeken heeft de TU Delft de samenstelling van de objecten gemeten. De uitslag geeft geen aanleiding te vermoeden dat die verhouding scheef was. Tevens mocht in Delft alleen tin uit de stad zelf worden verkocht. Laat het meesterteken op de kannen en borden nu een torentje met een ooievaar zijn: Den Haag! Waarschijnlijk is dit de reden voor de dump. Een handelaar die zijn ‘illegale Haagse waar’ in Delft probeerde te slijten werd in de kraag gegrepen.