
Mijn broer deed het met zijn vuisten, ik met woorden. Gelijk krijgen.
Verliefd zijn. Daar lijkt het nog het meeste op. Ik heb het over mijn kleinzoon Jesse. Kersvers op de wereld en uitgerust met een indrukwekkend vermogen om al mijn gedachten rond één punt te laten cirkelen.
Wij hadden zo’n buurjongen, die maakte ook van dit soort schuilplaatsen. Een paar keer per jaar was het zo ver, bepaalde hij tegen alle bedremmelde twijfels in.
Het zal wel een soort lotsbestemming zijn, want ook als kind woonde ik al naast ‘de bouw’. De halve stad was ‘de bouw’, dus zo gek was dat niet.