Kennismaking met de Portefeuillehouder Veiligheid
Roel Vissers van ProRail is Portefeuillehouder Veiligheid voor Spoorzone Delft. Vanuit deze functie kijkt hij naar de veiligheid in de directe nabijheid van de bouwput. Hoe Vissers de veiligheid controleert en hoe bepaald wordt wat veiligheid is, vertelt hij in deze column.
“Als Portefeuillehouder Veiligheid bewaak ik het proces. Spoorzone Delft heeft een Integraal Veiligheidsplan geschreven. Dit plan is opgedeeld in verschillende fases: de planfase, de ontwerpfase, de bouwfase en de gebruiksfase. Per fase zijn er, zoals ik die noem, soorten veiligheid die ik toets. Bij ‘ARBO veiligheid’ kijken we naar de risico’s die de bouwvakkers lopen. ‘Systeem veiligheid’ zegt iets over de aanleg van het nieuwe spoor, de tunnelconstructie en de tunneltechnische installaties. De Delftenaar heeft echter het meest te maken met ‘Sociale veiligheid’."
Sociale veiligheid
Bij sociale veiligheid kijken we naar de impact die de werkzaamheden hebben op de inrichting van de omgeving. Een reiziger of passant moet zich veilig blijven voelen in en rond het station en geen overmatige overlast ervaren tijdens de werkzaamheden.
De aannemer heeft vanuit zijn contract de verplichting om zorg te dragen voor minimaal hetzelfde niveau van sociale veiligheid als voor de werkzaamheden. Hiervoor is in het contract de notitie ‘Beleving van stations in verbouwing’ toegevoegd. Deze richtlijnen zijn opgesteld door onze Spoorbouwmeester, zeg maar de hoogste autoriteit op dit gebied binnen ProRail. In het sociaal veiligheidsplan voor Spoorzone Delft zijn deze richtlijnen aangescherpt met de eisen van de gemeente Delft. Een voorbeeld van een richtlijn is: Een doorgang naar het station mag niet smaller zijn dan de minimale doorstroomcapaciteit volgens de beheersrichtlijnen.
Toetsen veiligheid
Ik kan de sociale veiligheid op twee manieren toetsten. De eerste manier is subjectief, via een enquête vragen we de inwoners van Delft naar hun mening over de veiligheidssituatie. Na een bepaalde periode zetten we die zelfde enquête weer uit. Als de resultaten verslechterd zijn, dan moeten we ingrijpen. Deze enquête is een voorbeeld, voor Spoorzone Delft moeten we de toetswijze nog vaststellen. Naast subjectief toetsen we ook objectief. We kijken dan naar verschillende cijfers vanuit de omgeving. Om een voorbeeld te geven, als de criminaliteitscijfers stijgen dan is dat voor ons aanleiding om in te grijpen.”